Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Jodenvervolging 07 juli 2022 5 minuten leestijd

De razzia in Amsterdam van 14 juli 1942

In juli 1942 werden zo’n 4000 Joden opgeroepen zich te melden voor ‘werkverruiming onder politietoezicht’.  Veel mensen vertrouwden het niet en gaven aan de oproep geen gehoor. De Duitse politie reageerde hierop met razzia’s in Amsterdam Zuid en het Centrum op 14 juli 1942. 

Annemarie van Dijk | Netwerk Oorlogsbronnen
Deel dit artikel
Het Joodsche Weekblad, extra editie van 14 juli 1942 met de oproep dat 4000 joden zich voor vetrek naar Duitsland moeten melden op straffe van represaille tegen 700 anderen. Collectie NIOD.
Het Joodsche Weekblad, extra editie van 14 juli 1942 met de oproep dat 4000 joden zich voor vetrek naar Duitsland moeten melden op straffe van represaille tegen 700 anderen. Collectie NIOD.
Het Joodsche Weekblad, extra editie van 14 juli 1942 met de oproep dat 4000 joden zich voor vetrek naar Duitsland moeten melden op straffe van represaille tegen 700 anderen. Collectie NIOD.

Werkverruiming onder politietoezicht

In juli 1942 werden zo’n 4000 Joden opgeroepen zich te melden voor ‘werkverruiming onder politietoezicht’. Soms kregen alleen kinderen de oproep, onder wie Margot Frank. Dit wekte bij veel mensen argwaan, waardoor ze aan de oproep geen gehoor gaven. De Duitse politie reageerde hierop met razzia’s in Amsterdam Zuid en het Centrum op 14 juli 1942. Er werden ongeveer 700 mensen opgepakt.

Mens
Margot Betti Frank
Er is voor Margot Betti Frank een struikelsteen geplaatst voor Merwedeplein 37-ll - Zuid in Amsterdam. Bron: Struikelstenengids, Stichting 18 September.
Meer over Margot Betti Frank

Gijzelaars

De 700 Joden die willekeurig waren opgepakt werden ingezet als gijzelaars. Ze zouden vrijkomen als de tot werkverruiming opgeroepen mensen zich zouden melden. Zo niet, dan zouden ze naar concentratiekamp Mauthausen worden gestuurd. Dit ultimatum werd voorgelegd aan de Joodsche Raad van Amsterdam. 

Organisatie
Joodsche Raad voor Amsterdam
De Joodsche Raad voor Amsterdam werd in februari 1941 opgericht na een aantal gesprekken met de Beauftragter des Reichskommissars für die Stadt Amsterdam, Hans Böhmcker. De Joodsche Raad, onder voorzitterschap van Abraham Asscher en David Cohen, vertegenwoordigde de Nederlandse joodse gemeenschap bij de Duitse en de Nederlandse overheid. Verder was de Raad belast met een deel van de uitvoering van de maatregelen ten aanzien van Joden die door de Duitse autoriteiten werden afgekondigd.
Meer over Joodsche Raad voor Amsterdam
De Joodsche Raad van Amsterdam poseert voor een portret.
De Joodsche Raad van Amsterdam poseert voor een portret.
De Joodsche Raad van Amsterdam in december 1942. Foto door Joh. de Haas. 

Een dilemma

Voor de Joodsche Raad was dit een moeilijke beslissing. Jacques Presser beschrijft het in Ondergang als volgt: “[De Joodsche Raad] zag aan de ene kant die 700 gijzelaars, opgepakt en mogelijk bestemd voor Mauthausen, waarschijnlijk zelfs. Aan de andere kant die 4000 opgeroepenen, mogelijk bestemd voor een zwaar, een heel zwaar lot. Een dilemma, waar de Joodse Raad krachtens zijn bestaan zelf, voor moest komen te staan; wilde hij zichzelf niet opheffen, dan moest hij kiezen tussen de 700, die hij waarschijnlijk niet meer zou terugzien en de 4000, die hij misschien wel zou terugzien.” 

 

Kamp
Mauthausen
Mauthausen was een concentratiekamp, gelegen in Oostenrijk nabij het gelijknamige dorp ten oosten van Linz. Het was in gebruik van 8 augustus 1938 tot aan de bevrijding door Amerikaanse troepen op 5 mei 1945. In Mauthausen hebben bijna 200.000 personen gevangen gezeten, vooral politieke gevangenen, verzetsmensen en Joden die als ‘strafgeval’ gedeporteerd waren, maar ook krijgsgevangenen, Sinti en Roma, Jehova’s getuigen, homoseksuelen en criminelen. In totaal kwamen circa 95.000 gevangenen om het leven, als gevolg van uitputting door dwangarbeid in de nabijgelegen steengroeve, ziekte, verhongering of vergassing.
Meer over Mauthausen

Het besluit

Uiteindelijk wordt besloten om de 700 gijzelaars te redden. De Joodse Raad liet advertenties plaatsen in een extra editie van Het Joodsche Weekblad met de oproep aan 4000 daartoe aangewezen Joden om zich te melden voor de werkkampen. Anders, zo stond er in de oproep, zouden de 700 arrestanten naar een concentratiekamp in Duitsland worden overgebracht. 

Het eerste transport naar Auschwitz

De advertenties werkten. Meer opgeroepen mensen meldden zich en het grootste deel van de 700 arrestanten werd vrijgelaten. De opgeroepen mensen wachtte een ander lot: 962 van hen vertrokken met het eerste transport van het Centraal Station in Amsterdam naar het doorgangskamp Westerbork. Diezelfde dag reed de eerste trein van Westerbork naar concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz met 1137 Joden. Slechts acht van hen zouden de oorlog overleven. 

 

Gebeurtenis
Eerste transport van Amsterdamse Joden naar Westerbork
Op 14 juli 1942 vond het eerste transport van Amsterdamse Joden naar Kamp Westerbork plaats.
Meer over Eerste transport van Amsterdamse Joden naar Westerbork
Mensen met bagage maken zich klaar voor vertrek van een transport op het perron in Kamp Westerbork.
Mensen met bagage maken zich klaar voor vertrek van een transport op het perron in Kamp Westerbork.
Mensen maken zich klaar voor een vertrekkend transport in Kamp Westerbork. Collectie NIOD.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media